Page content

Haemonchus contortus

Haemonchus contortus, beter bekend als de rode lebmaagworm, zorgt voor veel problemen bij alpacas. De rode lebmaagworm (barber-pole worm) is een rondworm die behoort tot de orde Strongylida en familie Trichonstrongylidae.

Herkauwers hebben verschillende magen te weten; pens, netmaag, boekmaak en lebmaag. Alpaca’s daarentegen hebben 1 maag met 3 afdelingen C1 t/m C3. Haemonchus komt met name voor in de afdelingen C1 en C3. C3 van een alpaca is vergelijkbaar met de lebmaag van een rund.

alpaca-magen

Een aantal belangrijke zaken:

  1. Wat is haemonchus contortus?
  2. Symptomen
  3. Behandeling
  4. Preventie

 

Haemonchus contortus

Haemonchus-contortus

De volwassen stadium van een Haemonchus worm tast het slijmvlies van de C3 aan en voedt zich daar met bloed. Haemonchus is een echte bloedzuiger! Elke volwassen vrouwelijke worm kan 5.000-10.000 eitjes per dag produceren die met de mest worden uitgescheiden. De eitjes ontwikkelen zich na 4-6 dagen tot larven, die kunnen vervolgens weer worden opgenomen door een alpaca tijdens het grazen. Elke worm kan 0,05 ml bloedverlies per dag veroorzaken. Het bloedvolume van een alpaca is met 6,35% van het lichaamsgewicht iets lager dan andere dieren. Hierdoor zal bloedverlies sneller bloedarmoede kunnen veroorzaken.

Door middel van mestonderzoek zijn de eitjes te zien onder een microscoop. Ze zijn eivormig ter grootte van 70-85 µm bij 41-48 µm.

 

Symptomen

Omdat de volwassen wormen bloed zuigen, kunnen de alpaca’s bij een massale infectie last krijgen van bloedarmoede. Dit kan leiden tot ziekte en in erge gevallen zelfs plotselinge sterfte op de weide. In tegenstelling tot de meeste wormsoorten veroorzaakt Haemonchus géén diarree, waardoor problemen vaak (te) laat worden opgemerkt.

Infecties met Haemonchus vinden, afhankelijk van de weersomstandigheden, typisch plaats vanaf juni tot in het najaar, door het natte weer kunnen Haemonchus-eitjes zich razendsnel ontwikkelen tot larven. Het is dan ook raadzaam om in deze periode uw dieren regelmatig te controleren op bloedarmoede. Dit kan door te kijken naar de slijmvliezen in het oog: deze horen mooi roze te zijn, maar in geval van bloedarmoede worden ze lichter tot zelfs wit van kleur. Dit is goed te controleren met de FAMACHA-kaart zoals hieronder. Controleer de kleur van de binnenkant van het ooglid en vergelijk die met de kleur op de kaart. Bij situatie 1 en 2 is er niet aan de hand, bij 4 en 5 heeft het dier last van bloedarmoede.

FAMACHA-kaart

FAMACHA-kaart

Verdere symptomen zijn verminderde eetlust, sterke vermagering, afzonderen van de groep, uiteindelijk worden de dieren zeer zwak en kunnen dood gaan.

 

Behandeling

De diagnose van Haemonchus contortus in in eerste instantie van belang. Dit kan bevestigd worden door mestonderzoek. Er zijn meer typen strongylida waarvan de eitjes onder de microscoop haast niet van elkaar zijn te onderscheiden. Indien het dier naast een besmetting van strongylida eitjes ook bloedarmoede heeft ben je vrij zeker van Haemonchus contortus. Ga in overleg met je dierenarts welk middel wordt gebruikt om de veroorzaker aan te pakken.

Behandel de veroorzaker.
Goede resultaten zijn te behalen met levamisol, een oud middel maar nog steeds goed werkzaam. Zolvix is een vrij nieuw middel maar resistentie tegen dit middel is al aangetroffen. Cydectin kan goed werken alleen is de injecteerbare vorm niet in Nederland verkrijgbaar, wel in België. Let op dat deze middelen op basis van lichaamsgewicht gegevens worden, onderdosering kan leiden tot resistentie!

Behandel bloedarmoede.
Bij bloedarmoede is er een tekort aan rode bloedlichaampjes, die dienen verhoogd te worden. Dit kan o.a. door ijzerinjecties te geven (ironject). Vitamine C helpt om dit ijzer op te nemen in het bloed.
Bij ernstige bloedarmoede, Packed cell volume (PCV) < 15%, kan bloedtransfusie noodzakelijk zijn.

Behandel verzwakt dier.
Het dier kan zo verzwakt zijn dat alle energie gebruikt wordt om warm te blijven i.p.v. om weer op krachten te komen. Houdt het dier dus warm en geef extra energie door b.v. electrolieten op te lossen en oraal toe te dienen.

Voorkom Haemonchus

Het is nooit helemaal te voorkomen dat er ineens een besmetting binnen je kudde plaats vindt, maar een aantal zaken om de kans te verkleinen staan hieronder.

  • met regelmaat mestonderzoek
  • met regelmaat verweiden (om de 3 tot 4 weken)
  • met regelmaat mest verweideren
  • aantal dieren per hectare verkleinen
  • check bodyscore en/of wegen van de dieren
  • controle m.b.v. FAMACHA-kaart
  • NIET onderdoseren van de medicatie en afwisselen tussen de groepen middelen

 

    Comment Section

    1 reactie op “Haemonchus contortus


    Door Gert Joling op 16 juni 2017

    Ter aanvulling op bovenstaand artikel:
    Bij schapen is gebleken dat een weidemengsel met cichorei de hoeveelheid wormeieren die door schapen en lammeren worden uitgescheiden vermindert. Er dient meer onderzoek gedaan te worden naar weidemengsels met kruiden die worminfecties kunnen voorkomen.
    Verder is er al een vaccin tegen Haemonchus contortus, schijnt goed te werken bij schapen, maar is op het moment van dit schrijven nog niet toegelaten in Nederland.
    Nog een andere methode is het fokken op wormresistentie. In Nieuw Zeeland zijn er schapenrassen die niet meer ontwormt hoeven te worden. Zou dat ook een mogelijkheid zijn bij alpaca’s?

    Plaats een reactie


    *