Page content

Clostridium vaccinatie bij alpaca’s

Clostridium vaccinatie bij alpaca’s

Clostridium-infecties behoren al jaren tot de belangrijkste oorzaken van plotselinge sterfte van schapen en geiten in ons land, maar ook alpaca’s kunnen deze infecties krijgen. Clostridium bacteriën komen wijdverspreid in de omgeving voor, maar met name in grond. Vaak kan een infectie door clostridium bacteriën pas toeslaan wanneer er sprake is van gunstige omstandigheden, hierbij moet onder andere worden gedacht aan voerveranderingen, verwondingen of parasitaire infecties. Deze factoren kunnen snelle groei van de bacterie faciliteren, met toxinen (gifstoffen) productie en infiltratie van de toxinen in de weefsels tot gevolg. Er zijn veel verschillende soorten clostridium infecties maar vrijwel allemaal kennen ze een zeer snel verloop met de dood als gevolg. Infecties met botulisme (Clostridium botulinum) en tetanus (Clostridium tetani) kennen een wat langzamer verloop. Wanneer besmette dieren met een clostridium infectie levend worden aangetroffen haalt een behandeling in veel gevallen niet veel meer uit. Clostridium infecties kunnen het best worden voorkomen door middel van vaccinatie. Van vaccinatie is sprake wanneer een vaccin van verzwakte ziekteverwekkers wordt ingebracht om het lichaam actief aan te zetten tot het weerbaar maken tegen infectieziekten. Vaccinatie van Clostridium stammen werkt net even iets anders. Het vaccin bevat toxoïden (dit is een bacteriële toxine waarvan de toxiciteit is geïnactiveerd of onderdrukt door chemische (formaline) of warmtebehandeling), hierdoor zal een immuunrespons optreden tegen de toxinen van de clostridium bacterie.

Hieronder staan verschillende soorten Clostridium, velen daarvan kunnen ook voorkomen bij alpaca’s.

Clostridium perfringens type A
Clostridium perfringens type B
Clostridium perfringens type C
Clostridium perfringens type D
Clostridium chauvoei
Clostridium novyi
Clostridium septicum
Clostridium tetani
Clostridium sordellii
Clostridium haemolyticum toxoïd

Tetanus (Clostridium tetani): dieren kunnen dood gevonden worden kort na het scheren/castratie/andere verwondingen waarbij onvoldoende ontsmetting van apparatuur plaats vindt of onder onhygiënische omstandigheden gewerkt wordt.

Bloed vergiftiging/enterotoxaemia (Clostridium perfringens Type C & D): plotselinge dood, heeft vaak te maken met verandering in de voeding met goed verteerbare koolhydraten (denk aan weelderige weiden, granen en graanproducten met veel energie/suikers). Vaak voorkomend bij de jonge verspeende veulens is type D, type C komt meer bij volwassen alpaca’s voor. De bacterie kan zich onder deze omstandigheden razendsnel vermeerderen en giftige stoffen afscheiden.

Clostridium chauvoei: veroorzaakt door infectie van wondjes tijdens het scheren/ruwe behandeling/na moeilijke geboortes/navel infectie kort na de geboorte of castratie. Infectie veroorzaakt lokale ontsteking (rode en gezwollen weefsel), bloed vergiftiging en snelle dood.

Clostridium novyi Type B:  infectieuze necrotisch hepatitis, sporen zijn slapend aanwezig in de lever en kan worden geactiveerd door migreren van de leverbot, wat leidt tot toxine productie en plotselinge dood.

Kwaadaardig oedeem (Clostridium novyi Type A, Clostridium sordelli, Clostridium septicum, Clostridium chauvoei): vaak geassocieerd met vechten/geïnfecteerde wonden van scheren/castratie/moeilijk geboorte/vechten, wat leidt tot bloed vergiftiging en de dood.

Vaak komen de bacteriën voor rond mestplaatsen en kunnen meerdere jaren overleven in de grond. Door het snelle verloop van clostridium infecties en het frequent voorkomen ervan moet in geval van plotselinge sterfte worden gedacht aan een infectie met clostridium bacteriën. Om zeker te zijn dat dit de oorzaak is kan men pathologisch onderzoek laten doen.

Een belangrijke risicofactor voor het optreden van clostridium infecties zijn  de niet-gevaccineerde of niet goed gevaccineerde dieren. Daarnaast moeten voerveranderingen, stress en huidbeschadigingen tijdens een behandeling of het scheren worden voorkomen.

Hoe werkt een vaccin?

De werkzaamheid van een vaccinatie is afhankelijk van de toediening van 2 doses van het vaccin, ingespoten onder de huid, met een tussenpose van 4-6 weken. De eerste dosis is bekend als de priming dosis en het stimuleert het immuunsysteem van uw alpaca om antilichamen tegen de ziekten in het vaccin te produceren. De tweede dosis is de booster omdat na deze tweede dosis het immuunsysteem het eerder gegeven vaccin erkend en produceert daardoor meer antilichamen voor een langduriger periode. Dit wordt ook wel actieve immuniteit genoemd. Zie ook onderstaande afbeelding.

antibodyrespons

Om het gehele jaar rond een beschermend niveau van antilichamen in uw alpaca’s te handhaven is een vaccinatie elke 6 maanden vereist (in tegenstelling tot schapen en runderen waar men slechts 1 keer per jaar vaccineert). Timing van twee injecties per jaar is vooral belangrijk bij de merries. Probeer 1 injectie 4-6 weken vóór het afveulen te plannen zodat antilichamen geproduceerd door de merrie ook aanwezig is in de eerste melk of biest waardoor ook het veulen de eerste 12 uur na de geboorte deze antistoffen tot zich krijgt. De antilichamen worden geabsorbeerd in de darmwand, komen in de bloedstroom en circuleren rond in het lichaam. Hierdoor zal het veulen de eerst 8-12 weken beschermd zijn tegen clostridia. Dit staat bekend als passieve immuniteit omdat de pasgeboren veulens deze antilichamen niet zelf hebben aangemaakt.

Behandeling

Er zijn verschillende soorten vaccins verkrijgbaar.
Voorheen werd lambivac vaak toegepast bij schapen en ook in Engeland bij de alpaca’s. Maar Lambivac bevat slechts 3 soorten clostridium en geeft dus geen goede bescherming.

Heptavac P en Heptavac P+ geeft bescherming tegen 7 soorten clostridia en een aantal Pasteurella bacteriën. Heptavac P+ niet toedienen tijdens de dracht.

Covexin 8 biedt bescherming tegen 8 soorten clostridia.

Covexin 10 en Bravoxin 10 worden tegenwoordig veel toegepast en bieden bescherming tegen 10 clostridia soorten. Hieronder ook de type A dat reeds bij alpaca’s is geconstateerd en niet in de eerder genoemde vaccins voorkomt.

Lees de bijsluiter en bewaar zoals aangegeven om de effectiviteit van het vaccin te behouden. Dat houdt in dat het vaccin in de koelkast bewaard dient te worden. Na gebruik terug in de koelkast om de werkzaamheid van het vaccin te waarborgen. Na opening van de verpakking is het vaccin 30 dagen houdbaar. Een flacon dat het vorig seizoen werd geopend mag zeker dit seizoen niet gebruikt worden.

NB: lees de reacties onderaan dit artikel voor belangrijke aanvullende informatie !

Schudden voor gebruik. Als u slechts een paar dieren hoeft te injecteren kunt u een naald met spuit gebruiken. Maak de rubberen stop schoon met alcohol alvorens de naald erin te steken. U kunt de naald erin laten om zo meerdere spuiten te vullen. Zorg ervoor dat er geen luchtbellen in de spuit komen om de juiste doses te geven. Laat de flacon niet in de zon liggen bij behandeling van meerdere dieren. Bij een grotere kudde kunt u ook een injecteerpistool gebruiken. Pak dan een schone naald aan het begin van de dag. De juiste dosering kan per fabrikant verschillen, voor alpaca’s wordt dezelfde dosering gebruikt als bij schapen (dit in tegenstelling tot wormmiddelen waar vaak 1,5x de dosering wordt toegepast). Alpaca eigenaren moeten zich ervan bewust zijn dat slechts een paar vaccins voor gebruik in Alpaca’s zijn geregistreerd. Raadpleeg uw lokale dierenarts voor advies over het gebruik van vaccins bij alpaca’s.

Het vaccin moet worden ingespoten onder de huid (SC, subcutaan), niet in de spier (IM, intramusculair). Om dit te vergemakkelijken kan je korte naalden gebruiken. De naald injecteren in een ondiepe hoek aan de voet van de nek voor het schouderblad, daar waar er losse huid aan de zijkant van de nek zit (zie afbeelding). Deze plek is ideaal omdat hier geen botten en belangrijke bloedvaten zitten waar je je zorgen om moet maken. Met een korte naald hoef je de huid niet op te tillen, zo voorkom je dat je jezelf prikt met de naald.

injectie subcutaan

Een andere plek voor subcutane injectie is in het haarloze gebied achter de elleboog. Deze plek is makkelijker te vinden bij lange, dichte vachten. Wanneer gelijker tijd andere medicatie wordt toegediend zorg er dan voor dat je beide kanten van de nek gebruikt. Toediening van verschillende medicatie aan dezelfde kant kan leiden tot vermindering van de werkzaamheid van de producten.

Preventie

Om clostridia besmetting te voorkomen:

  • Veulens dienen op een leeftijd van 8 weken hun eerste injectie te krijgen omdat de bescherming van moeders melk verminderd. Een booster dient gegeven te worden 4-6 weken later.
  • Drachtige merries dienen 4-6 week voor de geboorte gevaccineerd te worden om te zorgen voor een hoge concentratie aan antilichamen in de biest.
  • Voor een volledige dekking gedurende het gehele jaar zijn twee injecties per jaar nodig. Doe dit vlak voor de risicovolle periodes zoals het overgaan van grasland naar meer krachtvoer.
  • Vaccineer nieuwe dieren op het bedrijf twee keer met een tussenpose van 4-6 weken.
  • Voorkom zoveel mogelijk stress, verandering in voer en houd de omgeving schoon.

Houd er rekening mee dat niet veel producten geregistreerd staan voor het gebruik bij alpaca’s. Neem contact op met je dierenarts en lees de bijsluiter of het middel is toegestaan bij productiedieren.

Heb je nog vragen en/of opmerkingen naar aanleiding van dit artikel? Plaats hieronder dan even een reactie.

 

 

    Comment Section

    3 reacties op “Clostridium vaccinatie bij alpaca’s


    Door Jan en Jelly Dingemans, Alpaca Flevoland op 27 januari 2016

    hoi Gert,
    Maar je mag zelf toch niet enten tegen claustridium.
    Naar ons beste weten mag de dierenarts geen entstoffen afgeven aan zn klanten. Verder willen we er voor waarschuwen, dat Covaxin 10 het beste middel is voor maximale bescherming tegen alle bekende claustridium stammen.


    Door Gert Joling op 27 januari 2016

    Hallo Jelly,
    Je hebt helemaal gelijk. Dat heb ik niet duidelijk weergegeven, maar in Nederland is het inderdaad niet toegestaan om zelf het vaccin toe te dienen. Of beter zoals jij zegt, de dierenarts mag het vaccin niet afgeven. Het zou wel makkelijker zijn als dat wel zou mogen omdat je dan beter kunt plannen om de merries een maand voor de geboorte een vaccin te geven. Nu neem je vaak een gemiddelde om zo meerdere dieren in één keer te vaccineren.
    Covexin 10 en Bravoxin 10 hebben inderdaad de grootste dekking wat betreft de verschillende clostridium stammen. Een aantal van de genoemde ‘oudere’ middelen zijn volgens mij in Nederland ook al niet meer verkrijgbaar.


    Door Gert Joling op 1 februari 2016

    Van een gespecialiseerde dierenarts in België (Thijs Flahou) heb ik begrepen dat ook in België alleen de dierenarts het vaccin mag toedienen!

    Plaats een reactie


    *